Toekomstverkenning is een sociaal proces

In gesprek met Hans Peter Benschop, van 2009 tot 2019 directeur van Trendbureau Overijssel. 

WHY besluiten voor de lange termijn

Trendbureau Overijssel is ontstaan door een statenmotie, een motie die is aangenomen in de Provinciale Staten van Overijssel. De leden vonden het belangrijk dat goede besluiten voor de lange termijn zouden kunnen worden genomen. Benschop: ‘Het was de politiek die de wens van verkenningen naar de lange termijn had. Dat verwachten mensen niet. Ze denken dat politici alleen tot de volgende verkiezingen denken. Dat is in mijn beleving niet zo.’ De motie hield in dat er toekomstverkenningen moesten worden uitgevoerd die niet alleen bedoeld zouden zijn voor de politiek in de provincie maar voor heel Overijssel – dus ook voor gemeenten, instellingen en organisaties – om een gezamenlijk beeld van de toekomst te kunnen maken. 

De onderzoeksopgave heeft betrekking op zogenaamde vitale coalities: de organisaties waarmee de provincie samenwerkt op het gebied van landbouw, energie, wonen, zorg en dergelijke, zoals wooncorporaties en zorginstellingen. De opgave is heel vrij. Er is wel een inhoudelijke aansturing door een programmaraad die ook verantwoordelijk is voor de verkenningen. De provincie is niet vertegenwoordigd in deze raad. Benschop: ‘Het Trendbureau Overijssel zou een buitenboordmotortje moeten zijn dat het beleid confronteert met ontwikkelingen.’ Het trendbureau is onafhankelijk. Soms komt er vanuit de politiek een suggestie voor een onderzoeksonderwerp. 

WHO blik naar buiten gericht

Het Trendbureau Overijssel is bedacht door Trudy Vos, beleidsonderzoeker bij de provincie. Na de oprichting heeft een kwartiermaker, ex-directeur strategie bij Schiphol Geert Boosten, het geraamte van het bureau neergezet. Benschop was coördinator strategie bij de gemeente Apeldoorn voordat hij directeur van het bureau werd. Benschop: ‘Ik kende de politiek al en was bekend met raadsleden.’

‘Het zoeken naar kansen en bedreigingen is een sociaal proces.’

Loes Dijkhuis-Alferink werd stagiaire bij het bureau toen zij student aan het Amsterdam Fashion Institute (Amfi) was. Na haar stage bleef zij werkzaam bij het bureau. Benschop: ‘Ik hecht aan kleinschaligheid zodat de blik bewust naar buiten gericht kan blijven.’ De laatste tijd is er steeds iemand gemeenten in Overijssel gedetacheerd bij het bureau voor de nodige stabiliteit. Benschop houdt zich met name bezig met de inhoud en Dijkhuis-Alferink met de vorm. Samen zijn zij een gouden combi. Het bureau richt zich op provincies, gemeenten en in mindere mate op maatschappelijke organisaties en bedrijven. De doelgroep bestaat uit statenleden en gedeputeerden, burgemeesters, wethouders en leden van dorpsraden. En ook op beleidsmakers bij maatschappelijke instellingen en organisaties.

HOW essentie van toekomstverkenning

Het doel van het bureau is het doen van toekomstverkenningen op gebieden die in politiek opzicht relevant zijn: van energie tot landbouw, van vervoer tot onderwijs. Benschop: ‘Je hebt een basisgereedschapskist voor strategische verkenningen, zoals destep, trendanalyse en scenario’s. Maar de beleidsmakers en besluitvormers hebben niet veel tijd en moeten snel geïnformeerd worden. Ze zijn wel geïnteresseerd maar ongeduldig en het kennisniveau loopt sterk uiteen.’ Benschop kwam er op een gegeven ogenblik achter dat het moment van praten relevant is. Sinds hij dat inzicht kreeg staan alle middelen – rapporten, publicaties, filmpjes, congressen – ten dienste van dat gesprek. ‘Ik merkte al snel dat in gesprek gaan met mensen de essentie is van toekomstverkenning. Het zoeken naar kansen en bedreigingen is een sociaal proces.’

‘Uiteindelijk wil je de besluitvorming in de Provincie Overijssel toekomstvast maken.’

Benschop werkt samen met externe partijen voor onderzoek maar werkt ook zelf aan de onderzoeken en de publicaties. Benschop: ‘We gebruiken zoveel mogelijk bestaand materiaal van landelijke planbureaus, onderzoeksbureaus en universiteiten. Daarnaast maken we gebruik van cijfermateriaal van de provincie. En we doen kwalitatief onderzoek zoals interviews met deskundigen en burgers en bewoners uit de provincie, van taxichauffeurs tot dominees en huisvrouwen.’

Onderzoeksresultaten zoals perspectieven en doelscenario’s worden in de vorm van presentaties en workshops onder de aandacht gebracht. Deze presentaties zijn vaak eye-openers want aannames en veronderstellingen kunnen enorm ondergraven worden. De opgave is meestal om het zo specifiek mogelijk te maken. Een voorbeeld daarvan zijn wat Benschop confetticongressen noemt: heel veel kleinschalige bijeenkomsten voor kleine groepen mensen want: ‘Raadsleden uit Dalfsen komen niet naar Zwolle.’ Naast presentaties en workshops voor besloten bijeenkomsten organiseert het bureau ook vrij toegankelijke bijeenkomsten zoals de reeks ‘De wijzen in het Oosten’ en een jaarcongres. Benschop: ‘Dat zijn kwalitatief goede bijeenkomsten. Ze zijn ook als pr bedoeld. We geven ermee aan wat de kwaliteitsstandaard is.’

WHAT toekomstvast maken

Benschop: ‘Uiteindelijk wil je de besluitvorming in de Provincie Overijssel toekomstvast maken.’ Jaarlijks wordt er onderzoek gedaan hoe de statenleden, gedeputeerden, burgemeesters en wethouders de activiteiten van het bureau waarderen. De vraag is dan of de toekomstverkenningen worden gebruikt bij de besluitvorming en of ze voor nieuwe ideeën hebben gezorgd. De betrouwbaarheid en onafhankelijkheid van het Trendbureau worden goed gewaardeerd. De bekendheid van het bureau onder de doelgroep is heel erg hoog. Het budget van het bureau is jaarlijks € 300.000. De ene helft van het budget wordt besteed aan onderzoek en de andere aan communicatie, inclusief de organisatie van bijeenkomsten en congressen.

‘De wereld is consequent krankzinniger dan wij kunnen voorspellen.’

WHEN invloed van plotselinge veranderingen

In de beginfase richtte Benschop zich heel erg op de inhoud door gelijktijdig drie toekomstverkenningen uit te voeren, naar de toekomst van dorpen, energiewinning en de economie. Een verkenning naar de toekomst van de zorg is anders dan die van energie. Al is het maar vanwege het verschil in investeringstermijn. En onderwerpen zijn ook nog fluïde, daardoor veranderen onderzoeken in de tijd. Scenario-ontwikkeling werkt niet omdat dat te veelomvattend is. ‘Op een gegeven moment stond ik scenario’s zelf te verdedigen. Maar dat was helemaal niet de bedoeling. De laatste tijd denken we vaker na over de invloed van plotselinge veranderingen omdat dat steeds belangrijker is geworden. De wereld is consequent krankzinniger dan wij kunnen voorspellen.’

WHERE vertaling van de wetenschap

Benschop is in de tien jaar die hij voor het Trendbureau Overijssel heeft gewerkt in alle hoeken en gaten van de provincie geweest. Hij ging, vaak ‘s avonds, op pad en op bezoek bij dorpsraden en gemeenteraden, in collegezalen en boerenstallen. ‘Dat is wat ik echt leuk vindt, dicht bij de mensen werken. Het gaat steeds om de vertaling van de wetenschap naar de boeren en buitenlui die in de provincie wonen en werken. Het is belangrijk dat je als toekomstverkenner zowel in de ene als in de andere wereld bent.’

‘De kwantitatieve en de kwalitatieve aanpak zijn beide nodig. De vraag is hoe je ze samenbrengt.’

Wat de professionalisering van het vakgebied betreft: ‘Er zijn twee tradities van toekomstverkennen: de wetenschappelijke en de intuïtieve. Bij de overheid moet je werken met cijfers maar tegelijkertijd loopt de cijfermatige werkelijkheid achter de feiten aan. De kwantitatieve en de kwalitatieve aanpak zijn beide nodig. De vraag is hoe je ze samenbrengt.’

www.trendbureauoverijssel.nl